Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

lengua



tong
tong

Geslacht

Het geslacht van de lengua is vrouwelijk. Bijv. la lengua.

Meervoud

Het meervoud van lengua is lenguas.

Definities

Spaans > Nederlands
lengua
     1. taal, spraak
     2. tong
Spaans > Spaans
lengua
     1. nf. Órgano ubicado en el interior de la boca de personas y animales, con ella se percibe el sentido del gusto y se modifican los sonidos producidos en la boca.
     2. nf. Idioma o código que usa una comunidad de hablantes.
           Diccionario de la Lengua Chilena
Nederlands > Spaans
tong
     1. lengua, idioma

Uitspraak




lengua

Voorbeeldzinnen

Él cogió un espejo y se miró la lengua.
    Hij nam een spiegel en keek naar zijn tong.
No se puede separar la lengua y la cultura.
    Men kan taal en cultuur niet van elkaar scheiden.
La lengua de una mujer es su espada.
    De tong van een vrouw is haar zwaard.
Lo tengo en la punta de la lengua.
    Het ligt op het puntje van mijn tong.
¿Qué lengua se habla en tu país?
    Welke taal spreken ze in jouw land?



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: