Lexis Rex Home

Italiaans Woord van de dag

autobus



bus
bus

Geslacht

Het geslacht van de autobus is mannelijk. Bijv. un autobus.

Definities

Italiaans > Nederlands
autobus
     1. bus, autobus
Italiaans > Italiaans
autobus
     1. sost. mezzo di trasporto pubblico che permette a vari utenti, in cambio di pagamento, di spostarsi all'interno delle città o nel loro entroterra
Nederlands > Italiaans
bus
     1. sost. autobus

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

È venuto in autobus o in treno?
    Is hij met de bus of met de trein gekomen?
Questa è un'automobile e quello è un autobus.
    Dit is een auto en dat is een bus.
L'autobus s'è fermato improvvisamente in mezzo alla strada.
    De bus stopte plots in het midden van de straat.
La loro casa è proprio di fronte alla fermata dell'autobus.
    Hun huis ligt juist tegenover de bushalte.
La fermata dell'autobus è dall'altro lato della strada.
    De bushalte is aan de overkant van de straat.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: