Lexis Rex Home

Frans Woord van de dag

cheveux



haar
haar


Definities

Frans > Nederlands
cheveux
     1. haar
cheveu
     1. haar
Frans > Frans
cheveux
     1. n-m. Pluriel de cheveu.
Nederlands > Frans
haar
     1. cheveux
     2. poil
     3. cheveu

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

Elle a les cheveux longs.
    Zij heeft lang haar.
Ce sont mes vrais cheveux.
    Dit is mijn echte haar.
Cette robe va bien avec ses cheveux roux.
    Die jurk past mooi bij haar rode haren.
Je dois me faire couper les cheveux.
    Ik moet mijn haar laten kappen.
Il pleuvait et le temps que Joe rentre chez lui, ses cheveux étaient trempés.
    Het regende en de lange haren van Joe waren helemaal nat vooraleer hij thuis was.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: