Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

mar



zee
zee

Geslacht

Het geslacht van de mar is mannelijk. Bijv. el mar.

Meervoud

Het meervoud van mar is mares.

Definities

Spaans > Nederlands
mar
     1. zee
Spaans > Spaans
mar
     1. n. Cuerpo de agua salada que rodea los continentes de la Tierra.
     2. n. Cada una de las divisiones que se hacen al mar, frecuentemente en función de los accidentes geográficos.
     3. n. División del mar que por su extensión no alcanza la categoría de océano.
     4. n. Lago grande y de agua salada.
     5. n. Figuradamente, gran cantidad de algo.
Nederlands > Spaans
zee
     1. mar

Uitspraak




mar

Voorbeeldzinnen

Ella tiene una casa cerca del mar.
    Ze heeft een huis aan de zee.
Desde entonces se encontraban cada mediodía en el muelle, desayunaban juntos, cenaban, paseaban y admiraban el mar.
    Daarna ontmoetten ze elkaar iedere middag op de kade, ontbeten samen, dineerden, wandelden en bewonderden de zee.
El año pasado él pasó tres meses en el mar.
    Hij heeft vorig jaar drie maanden op zee doorgebracht.
China ha impuesto una zona de exclusión aérea sobre varias islas en disputa en el Mar Oriental de China.
    China heeft een no-flyzone ingesteld boven verschillende omstreden eilanden in de Oost-Chinese Zee.
Después de la tormenta, el mar retomó la calma.
    Na de storm werd de zee terug kalm.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: