Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

pan



brood
brood

Geslacht

Het geslacht van de pan is mannelijk. Bijv. el pan.

Meervoud

Het meervoud van pan is panes.

Definities

Spaans > Nederlands
pan
     1. brood
Spaans > Spaans
pan
     1. nm. Masa a base de harina y agua endurecida por cocción al horno.
           No me gusta el 'pan' de centeno.
     2. nm. Masa sobada y delicado de aceite o manteca, usada en la elaboración de pasteles y empanadas.
     3. nm. Otra masa de esta forma.
           Pan de higos, de jabón, de sal
     4. nm. Sustento diario.
           Trabajo para ganarme el 'pan'.
     5. nm. Trigo.
           
     6. nm. Hoja muy fina de oro, plata o de otros metales, que se usa para que una superficie tenga aspecto de oro o plata.
     7. nm. Órgano sexual femenino.
Nederlands > Spaans
brood
     1. pan
     2. hogaza, barra de pan

Uitspraak




pan

Voorbeeldzinnen

Dame un trozo de pan por favor.
    Kun je me alsjeblieft een stuk brood geven?
Un hombre no vive solo de pan.
    Een mens leeft niet van brood alleen.
Pan y mantequilla es mi desayuno habitual.
    Brood en boter is mijn gewoon ontbijt.
¡Si no tienen pan, que coman pasteles!
    Als ze geen brood hebben, laat ze dan taart eten!
No comí más que pan y mantequilla.
    Ik at niets anders dan brood en boter.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: