Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

woman



vrouw
vrouw


Definities

Engels > Nederlands
woman
     1. vrouw
Engels > Engels
woman
     1. n. An adult female human.
     2. n. (collective) All females collectively; womankind.
     3. n. A wife (or sometimes a fiancée or girlfriend).
     4. n. A female who is extremely fond of or devoted to a specified type of thing. (Used as the last element of a compound.)
     5. n. A female attendant or servant.
     6. v. To staff with female labor.
     7. v. To make effeminate or womanish.
     8. v. To furnish with, or unite to, a woman.
     9. v. To call (a person) "woman" in a disrespectful fashion.
Nederlands > Engels
vrouw
     1. n-f. woman
     2. n-f. (topics, Family members) wife

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

Who's that woman standing over there?
    Wie is die vrouw die daar staat?
I am a woman.
    Ik ben een vrouw.
"How did you fit a briefcase into your pocket?!" the woman asked, stunned.
    "Hoe heeft u een aktetas in uw zak gekregen?!" vroeg de vrouw stomverbaasd.
Once upon a time there was a poor man and a rich woman.
    Er was eens een arme man en een rijke vrouw.
Once upon a time, there lived a poor man and a rich woman.
    Er waren eens een arme man en een rijke vrouw.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: