Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

two



twee


Definities

Engels > Nederlands
two
     1. twee
Engels > Engels
two
     1. num. (cardinal) A numerical value equal to 2; this many dots (••). Ordinal: second.
     2. num. Describing a set or group with two elements.
     3. n. The digit/figure 2.
           The number 2202 contains three twos.
     4. n. (US, informal) A two-dollar bill.
     5. n. A child aged two.
           This toy is suitable for the twos and threes.
     6. n. The playing cards featuring two pips.
Nederlands > Engels
twee
     1. n-f. two

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

My father passed away two years ago.
    Mijn vader is twee jaar geleden overleden.
If two men always have the same opinion, one of them is unnecessary.
    Als twee mensen altijd dezelfde mening hebben, is een van hen overbodig.
Do you have two books?
    Heb je twee boeken?
The two countries do not have diplomatic relations.
    Er zijn geen diplomatieke betrekkingen tussen de twee landen.
You'll see two buildings right opposite the museum, and the restaurant is in the taller of the two.
    Tegenover het museum zult ge twee gebouwen zien, en het restaurant is het grootste van beide.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: