Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

pear



peer
peer


Definities

Engels > Nederlands
pear
     1. peer
Engels > Engels
pear
     1. n. An edible fruit produced by the pear tree, similar to an apple but elongated towards the stem.
     2. n. (also pear tree) A type of fruit tree (Pyrus communis).
     3. n. The wood of the pear tree (pearwood, pear wood).
     4. n. Choke pear (a torture device).
     5. n. (Jamaica) avocado, alligator pear
     6. n. A desaturated chartreuse yellow colour, like that of a pear.
           (color panel, D1E231)
Nederlands > Engels
peer
     1. n-f. A pear, a fruit of the pear tree.
           De supermarkt verkoopt heerlijke peren van lokale boomgaarden. - The supermarket sells delicious pears from local orchards.
           Ik heb een sappige rijpe peer voor mijn lunch. - I have a juicy ripe pear for my lunch.
     2. n-f. A light bulb.
           Het oude peertje in de lamp is kapot, we moeten het vervangen. - The old light bulb in the lamp is broken, we need to replace it.
           Ze draaide het peertje in de fitting en de kamer was weer verlicht. - She screwed in the light bulb and the room was illuminated again.
     3. n-m. A pear tree, Pyrus communis.
           De tuin heeft een prachtige peer staan die elk jaar veel fruit produceert. - The garden has a beautiful pear tree that yields a lot of fruit every year.
           Hij plantte een jong peertje in zijn achtertuin. - He planted a young pear tree in his backyard.
           De oude peer in de boomgaard gaf heerlijke vruchten. - The old pear tree in the orchard produced delicious fruits.

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

Yeah, but you're shaped like a pear.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: