Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

taxi



taxi
taxi


Definities

Engels > Nederlands
taxi
     1. taxi
Engels > Engels
taxi
     1. n. A vehicle that may be hired for single journeys by members of the public, driven by a taxi driver.
     2. n. (South Africa) A share taxi.
     3. v. To move an aircraft on the ground under its own power.
           taxi down the runway
Nederlands > Engels
taxi
     1. n-m. A taxi.

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

I took a taxi because the bus was late.
    Ik nam een taxi, omdat de bus te laat was.
"Is that an illegal taxi?", I asked him.
    "Is dit een illegale taxi?", vroeg ik hem.
It will make little difference whether you go there by taxi or on foot.
    Het maakt weinig uit of je daar nou lopend of met een taxi heen gaat.
Can you call a taxi for me?
    Kunt u een taxi voor me bestellen?
We still have plenty of time, but let's take a taxi just in case.
    We hebben nog genoeg tijd, maar laat ons voor de zekerheid een taxi nemen.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: