Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

grandmother



grootmoeder
grootmoeder


Definities

Engels > Nederlands
grandmother
     1. grootmoeder, oma
Engels > Engels
grandmother
     1. n. A mother of someone's parent.
     2. n. A female ancestor or progenitor.
Nederlands > Engels
grootmoeder
     1. n-f. (topics, Family members) slightly, formal grandmother

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

My grandmother thinks that I am religious.
    Mijn grootmoeder denkt dat ik religieus ben.
I'm visiting my grandmother in the hospital.
    Ik bezoek mijn grootmoeder in het ziekenhuis.
My grandmother's nurse is very kind.
    Mijn oma's verpleegster is heel erg aardig.
I visit my grandmother twice a week.
    Ik bezoek mijn grootmoeder twee keer per week.
The mother of a parent is a grandmother.
    De moeder van een ouder is een grootmoeder.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: