Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

beach



strand
strand


Definities

Engels > Nederlands
beach
     1. strand
Engels > Engels
beach
     1. n. The shore of a body of water, especially when sandy or pebbly.
     2. n. A horizontal strip of land, usually sandy, adjoining water.
     3. n. (UK dialectal, Sussex, Kent) The loose pebbles of the seashore, especially worn by waves; shingle.
     4. v. (intransitive) To run aground on a beach.
     5. v. To run (something) aground on a beach.
     6. v. (of a vehicle) To run into an obstacle or rough or soft ground, so that the floor of the vehicle rests on the ground and the wheels cannot gain traction.
Nederlands > Engels
strand
     1. n-n. beach, strand
     2. v. imperative of stranden

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

We had our photo taken on the beach.
    We lieten ons op het strand fotograferen.
He says he found it on the beach.
    Hij zegt dat hij het op het strand heeft gevonden.
I often go swimming at the beach in the summer.
    In de zomer zwem ik vaak in de zee.
Last week I was at the beach, but today I'm home.
    Vorige week was ik aan het strand; maar vandaag ben ik thuis.
We can't leave our tents on the beach where they are now. If we do, they'll be under water during high tide.
    We kunnen onze tenten niet op het strand laten waar ze nu staan. Als we dat doen, zullen ze bij vloed onderwater komen te staan.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: