Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

autumn



herfst
herfst


Definities

Engels > Nederlands
autumn
     1. herfst, najaar
Engels > Engels
autumn
     1. n. Traditionally the third of the four seasons, when deciduous trees lose their leaves; typically regarded as being from September 24 to December 22 in parts of the Northern Hemisphere, and the months of
     2. n. (by extension) The time period when someone or something is past its prime.
     3. n. (fashion) A person with relatively dark hair and a warm skin tone, seen as best suited to certain colours in clothing.
     4. adj. Of or relating to autumn; autumnal
           autumn leaves
Nederlands > Engels
herfst
     1. n-m. autumn, fall

Voorbeeldzinnen

These green leaves turn red or yellow in autumn.
    Deze groene bladeren worden rood of geel in de herfst.
Leaves fall in the autumn.
    In de herfst vallen de bladeren af.
In autumn some animals store food for the winter.
    In de herfst leggen sommige dieren een voedselvoorraad voor de winter aan.
Which do you prefer, spring or autumn?
    Wat verkies je, lente of herfst?
In autumn the leaves turn yellow.
    In de herfst worden de bladeren geel.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: