Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

transport



transport
transport


Definities

Engels > Nederlands
transport
     1. vervoer, transport
     2. overbrengen, voeren
Engels > Engels
transport
     1. v. To carry or bear from one place to another; to remove; to convey.
           to transport goods; to transport troops
     2. v. (historical) To deport to a penal colony.
     3. v. (figuratively) To move (someone) to strong emotion; to carry away.
           Music transports the soul.
     4. n. An act of transporting; conveyance.
     5. n. The state of being transported by emotion; rapture.
     6. n. A vehicle used to transport (passengers, mail, freight, troops etc.)
     7. n. (Canada) A tractor-trailer.
     8. n. The system of transporting passengers, etc. in a particular region; the vehicles used in such a system.
     9. n. A device that moves recording tape across the read/write heads of a tape recorder or video recorder etc.
     10. n. (historical) A deported convict.
Nederlands > Engels
transport
     1. n-n. transport

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

Dear passengers! If you get on a means of transport and don't have a season ticket, punch a one-time ticket without waiting for the next station.
    Geachte passagiers! Indien u het vervoermiddel betreedt zonder in het bezit te zijn van een geldig abonnement, stempel dan uw plaatsbewijs af vóór de volgende halte.
We use public transport.
    Wij maken gebruik van het openbaar vervoer.
Before transport, a layer of plastic was wrapped around the package.
    Voor het vervoer werd er een laag plastic rond het pakket gewikkeld erin.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: