Lexis Rex Home

Duits Woord van de dag

Onkel



oom

Geslacht

Het geslacht van de Onkel is mannelijk. Bijv. der Onkel.

Definities

Duits > Nederlands
Onkel
     oom, nonkel
Duits > Duits
Onkel
     [1] 1. Grades: Bruder oder Schwager von Mutter oder Vater
     [2] veraltet: 1. Grades: Bruder des Vaters
     [3] 2. oder höheren Grades: Sohn von Großtante oder Großonkel irgendeinen Grades
     [4] Anrede fremder Personen durch Kinder
          [1–3] „Oma und Opa waren da, meine Eltern, mein Bruder Sebastian und Onkel Hugo.“
          [1–3] „Ich stellte mir Onkel Louis vor, mit seiner Mütze auf dem Kopf, wie er am Steuer seines Citroëns saß und in den sonnigen Süden aufbrach.“
          [1–3] Mein Onkel Richard wohnt in Amsterdam.
          [4] Mama, der nette Onkel dort drüben hat mir ein Plüschtier geschenkt!
Nederlands > Duits
oom
     Onkel

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

Er fragte mich, wo mein Onkel lebte.
    Hij vroeg me waar mijn oom woonde.
Mein Onkel hat mir eine Kamera gegeben.
    Mijn oom heeft mij een fototoestel gegeven
Ist dein Onkel immer noch im Ausland?
    Is jullie oom nog steeds in het buitenland?
Ich werde nächste Woche meinen Onkel besuchen.
    Ik zal volgende week mijn oom bezoeken.
Hat Ihr Onkel Sie sein Auto fahren lassen?
    Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: