Lexis Rex Home

Het Spaanse woord voor Twee is
dos

Uitspraak


Voorbeeldzinnen

Uno, dos, tres, cuatro, cinco, seis, siete, ocho, nueve, diez.Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien.
Tenemos dos hijos.We hebben twee kinderen.
Él ha escrito dos libros.Hij heeft twee boeken geschreven.
Su padre come ahí dos veces a la semana.Zijn vader eet daar tweemaal per week.
Las dos chicas tienen los ojos azules.Beide meisjes hebben blauwe ogen.
Conozco a las dos niñas.Ik ken beide meisjes.
Mi habitación es dos veces más grande que la de él.Mijn kamer is twee keer zo groot als die van hem.
Ella es dos años mayor que tú.Ze is twee jaar ouder dan jij.
Estoy casada y tengo dos niños.Ik ben getrouwd en heb twee kinderen.
Si dos hombres tienen siempre la misma opinión, uno de ellos es inútil.Als twee mensen altijd dezelfde mening hebben, is een van hen overbodig.
A las dos, ¿no es eso?
¡A la una, a las dos, a las tres!
No tiene más que dos años.
Dos años o un poco más.
¿Qué se hizo de los otros dos?


dos



Meer Spaanse woorden voor Getallen 1-50
Alle woordenschat sets
Willekeurige Quiz:
¿Cuál es la palabra para zesentwintig?

Begin met het leren van Spaanse woordenschat

Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: