Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

tren



trein
trein

Geslacht

Het geslacht van de tren is mannelijk. Bijv. el tren.

Meervoud

Het meervoud van tren is trenes.

Definities

Spaans > Nederlands
tren
     1. trein
Spaans > Spaans
tren
     1. nm. Medio de transporte y locomoción, de carga o de pasajeros impulsado mediante una máquina de vapor, de energía eléctrica o cual sea, siempre que corra sobre dos rieles metálicos paralelos.
     2. nm. Conjunto de aparatos o herramientas que se usan para determinado fin.
     3. nm. Medio de transporte urbano sobre rieles que no impide la circulación de los vehículos sobre ruedas.
Nederlands > Spaans
trein
     1. tren

Uitspraak




tren

Voorbeeldzinnen

Llegué justo a tiempo para el último tren.
    Ik heb net nog de laatste trein gehaald.
Me encontré con un viejo amigo mío en el tren.
    Ik ben een oude vriend tegen het lijf gelopen in de trein.
Si pierdo el tren, tomaré el bus.
    Als ik de trein mis, neem ik de bus.
El tren expreso iba tan rápido que nosotros apenas si lo vimos.
    De sneltrein reed zo snel voorbij, dat we hem nauwelijks zagen.
Apresúrate y aún podrás tomar tu tren.
    Als je opschiet kan je de trein nog halen.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: