Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

tren



trein
trein

Geslacht

Het geslacht van de tren is mannelijk. Bijv. el tren.

Meervoud

Het meervoud van tren is trenes.

Definities

Spaans > Nederlands
tren
     1. trein
Spaans > Spaans
tren
     1. nm. Medio de transporte y locomoción, de carga o de pasajeros impulsado mediante una máquina de vapor, de energía eléctrica o cual sea, siempre que corra sobre dos rieles metálicos paralelos.
     2. nm. Conjunto de aparatos o herramientas que se usan para determinado fin.
     3. nm. Medio de transporte urbano sobre rieles que no impide la circulación de los vehículos sobre ruedas.
Nederlands > Spaans
trein
     1. tren

Uitspraak




tren

Voorbeeldzinnen

Me quedé dormido y me perdí el primer tren.
    Ik heb me verslapen en miste de eerste trein.
Llámame a las cuatro; debo tomar el primer tren.
    Bel me om vier uur. Ik moet de eerste trein nemen.
¿Podría decirme a qué hora sale el tren?
    Kunt u me zeggen wanneer de trein vertrekt, alstublieft?
Apresúrate y aún podrás tomar tu tren.
    Als je opschiet kan je de trein nog halen.
Me levanté antes de lo habitual para poder coger el primer tren.
    Ik stond eerder dan normaal op om de eerste trein te halen.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: