Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

semana



week
week

Geslacht

Het geslacht van de semana is vrouwelijk. Bijv. la semana.

Meervoud

Het meervoud van semana is semanas.

Definities

Spaans > Nederlands
semana
     1. week
Spaans > Spaans
semana
     1. nf. Período de siete días consecutivos que generalmente se considera que comienza en lunes y concluye en domingo.
           Mis amigos y yo vamos al centro los fines de 'semana'.
     2. nf. Cualquier período de siete días consecutivos.
Nederlands > Spaans
week
     1. semana

Uitspraak






Voorbeeldzinnen

Imparto clases aquí cinco días a la semana.
    Ik geef hier vijf dagen per week les.
La semana se acabó.
    De week is voorbij.
Su padre come ahí dos veces a la semana.
    Zijn vader eet daar tweemaal per week.
Te mandé una carta la semana pasada y te mandaré otra hoy.
    Vorige week heb ik u een brief gestuurd en vandaag stuur ik u er nog één.
Nos reunimos aquí una vez por semana.
    We komen hier eenmaal per week bijeen.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: