Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

otoño



herfst
herfst

Geslacht

Het geslacht van de otoño is mannelijk. Bijv. el otoño.

Meervoud

Het meervoud van otoño is otoños.

Definities

Spaans > Nederlands
otoño
     1. herfst, najaar
Spaans > Spaans
otoño
     1. nm. Estación del año que sucede al verano y antecede al invierno.
           Siguiente: invierno.
     2. nm. Por extensión, cualquier período de decadencia o que sucede a la plenitud.
Nederlands > Spaans
herfst
     1. otoño

Uitspraak






Voorbeeldzinnen

En el otoño, algunos animales guardan comida para el invierno.
    In de herfst leggen sommige dieren een voedselvoorraad voor de winter aan.
En otoño las hojas se vuelven amarillas.
    In de herfst worden de bladeren geel.
¡Por fin está llegando el otoño!
    De herfst is eindelijk daar!
En otoño muchos pájaros emigran al sur.
    In het najaar gaan veel vogels naar het zuiden.
Estas hojas verdes se volverán rojas en el otoño.
    In de herfst worden deze groene bladeren rood.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: