Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

limpiar



schoonmaken
schoonmaken


Definities

Spaans > Nederlands
limpiar
     1. schoonmaken, kuisen
     2. vegen
     3. reinigen, schoonmaken
Spaans > Spaans
limpiar
     1. vt. Sacar la suciedad que hay en algo.
     2. vt. Arrancar la vegetación silvestre de un terreno
           Uso: Figurado
     3. vt. Dejar a una persona sin dinero en un juego de naipes u otra clase de apuestas.
           Uso: Coloquial
           Sinónimo: desplumar
Nederlands > Spaans
schoonmaken
     1. limpiar

Uitspraak

 ©




Voorbeeldzinnen

¿Me ayudás a limpiar la sala?
    Help je me even de kamer schoon te maken?
Ahora que estás aquí, puedes ayudar a limpiar.
    Nu dat je hier bent, kan je helpen met schoonmaken.
Debemos limpiar la cocina.
    We moeten de keuken schoonmaken.
Debes limpiar tu habitación.
    Je moet je kamer opruimen.



Vorige woorden herzien





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: