Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

conducir



besturen
besturen


Definities

Spaans > Nederlands
conducir
     1. leiden
     2. besturen, rijden
Spaans > Spaans
conducir
     1. vt. Guiar un vehículo.
Nederlands > Spaans
besturen
     1. (ellos) conducen
     2. (nosotros) dirigimos
     3. (ellos) dirigen
     4. dirigir
     5. conducir

Uitspraak






Voorbeeldzinnen

¿Te dejó tu tío conducir el coche?
    Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
Me metí en problemas con la policía por conducir demasiado rápido.
    Ik kreeg problemen met de politie omdat ik te hard reed.
Yo no puedo conducir.
    Ik kan niet rijden.
¿Tú puedes conducir?
    Kan je rijden?
¿Tu hermano sabe conducir?
    Kan uw broer autorijden?



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: