Lexis Rex Home

Spaans Woord van de dag

abuelo



grootvader
grootvader

Geslacht

Het geslacht van de abuelo is mannelijk. Bijv. el abuelo.

Meervoud

Het meervoud van abuelo is abuelos.

Definities

Spaans > Nederlands
abuelo
     1. grootvader, opa
     2. grootouder
Spaans > Spaans
abuelo
     1. nm. Ascendiente directo en segunda generación
     2. nm. Hombre de edad avanzada.
           Uso: coloquial cariñoso.
     3. nm. Mechón de pelo de la nuca que queda suelto al recoger la cabellera en una coleta o moño.
           Ámbito: ?
     4. nm. En los juegos de azar, ficha o cartón con el número noventa.
     5. nm. Vilano grande y plumoso.
Nederlands > Spaans
grootvader
     1. abuelo

Uitspraak




abuelo

Voorbeeldzinnen

Apenas puedo recordar cómo lucía mi abuelo.
    Ik kan me nauwelijks herinneren hoe mijn grootvader eruit zag.
Mi abuelo siempre se sienta en esta silla
    Mijn grootvader zit altijd in deze stoel.
El cuadro de mi abuelo está colgado en la pared.
    Het portret van mijn grootvader hangt aan de muur.
Mi abuelo murió poco después de mi nacimiento.
    Mijn grootvader stierf kort na mijn geboorte.
Mi abuelo murió en la Segunda Guerra Mundial.
    Mijn grootvader is overleden in de Tweede Wereldoorlog.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: