Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

pharmacist



apotheker
apotheker


Definities

Engels > Nederlands
pharmacist
     1. apotheker
Engels > Engels
pharmacist
     1. n. (pharmacy) A professional who dispenses prescription drugs in a hospital or retail pharmacy.
     2. n. (pharmacy, academic) One who studies pharmacy.
Nederlands > Engels
apotheker
     1. n-m. chemist, pharmacist
           De apotheker adviseerde me over de bijwerkingen van het medicijn. - The pharmacist advised me about the side effects of the medication.
           Je moet je recept aan de apotheker geven om het te laten vullen. - You need to give your prescription to the chemist to have it filled.
           De apotheker heeft me een generiek alternatief aangeboden voor mijn gebruikelijke medicijn. - The pharmacist offered me a generic alternative to my usual medicine.

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

The pharmacist, whose surviving child is eight, blames cot death for each tragedy.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: