Lexis Rex Home

Engels Woord van de dag

aunt



tante


Definities

Engels > Nederlands
aunt
     1. tante
Engels > Engels
aunt
     1. n. The sister or sister-in-law of one’s parent.
     2. n. (affectionate) A woman of an older generation than oneself, especially a friend of one's parents, by means of fictive kin.
     3. n. (obsolete) Any elderly woman.
     4. n. (obsolete) A procuress or bawd.
Nederlands > Engels
tante
     1. n-f. (topics, Female, Family members) aunt (sister or sister-in-law of a parent)
     2. n-f. (familiar) A woman, especially an older or assertive one.
           De zuster was een kranige tante. - The nurse was a hardy dame.

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

His aunt's apple pie was delicious, so he had a second helping.
    De appeltaart van zijn tante was heerlijk, dus hij nam een tweede portie.
I'm staying at my aunt's for the summer.
    In de zomerperiode logeer ik bij mijn tante.
My aunt was pleased with my success.
    Mijn tante was blij met mijn succes.
The sister of a parent is an aunt.
    De zus van een ouder is een tante.
The son of an aunt is a cousin.
    De zoon van een tante is een neef.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: