Ad Free Lexis Rex

Find an Online Dutch Tutor at

Lexis Rex Home

The Dutch word for week is
week



An image of week, the Dutch word for week

Example Sentences

Vorige week was ik aan het strand; maar vandaag ben ik thuis.Last week I was at the beach, but today I'm home.
Hij was vorige week ziek.He was sick last week.
Zijn vader eet daar tweemaal per week.His father eats there twice a week.
Je zou verbaasd staan over wat je in een week leren kan.You'd be surprised what you can learn in a week.
Ik bezoek mijn grootmoeder twee keer per week.I visit my grandmother twice a week.
Mijn lief katje is al een week verdwenen.My dear little cat has been missing for a week.
Ik heb het deze week erg druk gehad.I have been very busy this week.
Ik zal u bellen binnen de week.I'll call you within a week.
Tot volgende week!See you next week!
Een week telt zeven dagen.There are seven days in a week.




More Dutch words for
All vocabulary sets
Random Quiz:
What is the word for talcum powder?

Start learning Dutch vocabulary

Subscribe to Word of the Day
Email:






Our Books