The Dutch word for newspaper is
krant

Example Sentences
| Voor je het doorhebt, sta je in de krant. | Next thing you know, you'll be in the papers. |
| Heb je het hoofdartikel in de krant vandaag gelezen? | Have you read the leading article in today's paper? |
| Hebben jullie de krant van vandaag al gelezen? | Have you read today's paper yet? |
| Ik las in de krant dat hij vermoord werd. | I read in the newspaper that he had been murdered. |
| Het is een zeer goede krant, nietwaar? | It's a very good newspaper, isn't it? |
| Hoe druk je het ook hebt, ik vind dat je op z'n minst een krant zou moeten lezen. | No matter how busy you are, I think you should at least read a newspaper. |
| Breng mij de krant van vandaag alstublieft. | Bring me today's paper, please. |
| Ik ben de krant aan het lezen. | I'm reading the newspaper. |
| Ik heb de krant van vandaag nog niet gelezen. | I haven't read today's newspaper yet. |
| Dat is de krant van gisteren. Waar is de krant van vandaag? | This is yesterday's newspaper. Where's today's paper? |
More Dutch words for Groceries
All vocabulary sets
Random Quiz:
What is the word for bull?
What is the word for bull?
Start learning Dutch vocabulary
| Subscribe to Word of the Day |
| Email: |


