Lexis Rex Home

Duits Woord van de dag

reden



praten
praten


Definities

Duits > Nederlands
reden
     (we) praten
     spreken
     praten, spreken
Rede
     toespraak, speech
     spraak
Duits > Duits
reden
     Verb:
     [1] etwas sagen, Sprache von sich geben
          [1] Sie redet gerne über Politik.
          [1] Die Freunde redeten bis spät in die Nacht.
          [1] Florian redet viel, wenn der Tag lang ist.
          [1] Rede doch nicht solchen Unsinn!
          [1] Jetzt rede schon!
Nederlands > Duits
praten
     (wir) reden
     (ihr) redet
     reden, sprechen

Uitspraak




Voorbeeldzinnen

Wir sollten jetzt nicht darüber reden.
    Laten we het daar nu niet over hebben.
Ich möchte lieber nicht darüber reden.
    Ik praat er liever niet over.
Können wir reden?
    Kunnen we praten?
Handle, anstatt zu reden.
    Geen woorden, maar daden.
Als er zu reden aufhörte, waren alle still.
    Toen hij klaar was met praten, was iedereen stil.



Vorige woorden herzien


Willekeurig





Leer
Woord van de dag
Meerkeuzevraag
Flashkaarten
Bingo
Verborgen afbeelding
Galgje
Woordzoeker
Geheugen
Kruiswoordpuzzel




Abonneer u op Woord van de Dag
E-mail: